| Wat is impro |
|
|
|
|
“Impro” is de Nederlandse afkorting voor improvisatietheater. In het engels wordt het afgekort tot “improv”. Improvisatietheater is theater dat ter plekke gespeeld wordt, zonder voorbereiding en zonder script. Meestal is het gebaseerd op suggesties uit het publiek. Improvisatietheater is van alle tijden. Van de eerste verhalenvertellers tot middeleeuwse mysteriespelen, van Commedia dell’ Arte tot de theorieën van regisseur Stanislawsky, allemaal improvisatie. Het impro wat tegenwoordig gespeeld wordt is vooral gebaseerd op ideeën van Keith Johnstone. Deze Engelsman ontdekte tijdens zijn werk als leraar dat onderwijs destructief kan zijn. Ons onderwijs is gericht op individuele prestaties (“Denk goed na!”, “Je mag niet falen”), constante inspanning (“Doe altijd je best!”, “Wees geconcentreerd!”) en routineuze zekerheid (“Plan je toekomst!”, “Zeg nee tegen het onbekende”, “Doe niet wat in je opkomt!” ). Hierdoor verliezen kinderen door de schooljaren heen hun spontaniteit, fantasie en drift tot experimenteren. Johnstone ontwikkelde een improvisatiemethode om kinderen weer in contact te brengen met hun authentieke creativiteit. Bij het Royal Court Theatre in Londen en later in Canada, bij zijn eigen Loose Moose Theatre, paste hij zijn methode toe op acteurs en verfijnde deze verder. Hij bedacht vele speloefeningen en ontwikkelde meerdere voorstellingsvormen, waaronder het beroemde theatersport. De methode van Johnstone houdt eigenlijk simpelweg in het tegenovergestelde te doen van wat wij belangrijk vinden in ons onderwijs. Dus wees gemiddeld, faal vol overtuiging en werk samen. Doe niet je best, wees ontspannen en wees open. Wees in het hier-en-nu, volg het eerste wat in je opkomt en zoek gevaar op. En zeg ja, in woord en daad, zeg ja. |
| Volgende > |
|---|



